Condroz

Landschap

Afgebakend in het noorden door Samber en Maas, strekt het landschap van de Condroz zich uit als een uitgestrekt, golvend plateau van de ene naar de andere kant van de Bovenmaas. Erosie boetseerde het reliëf van de Condroz in glooiingen waar lagen behoorlijk harde zandsteen afwisselen met zachtere kalksteendepressies. Deze afwisseling draagt bij tot de specifieke, natuurlijke verwering van de Condroz. De begroeiing accentueert nog meer de impact van deze topografie, die zo eigen is aan de Condroz-landschappen: zachte hellingen waar akkers worden bewerkt, valleidalen bedekt met weilanden en pieken getooid met dichte bossen.

Dit landelijke landschap, kenmerkend voor de Condroz, behoort tot het gemengd open-field-model. Deze structuur van de landelijke ruimte creëert een open agrarisch landschap, waar evenveel ruimte voor weiden en voor niet-omheinde, bewerkte akkers wordt voorbehouden. Gebaseerd op een concentrische structuur, omvat dit landschap een woonkern omgeven door een gordel graslanden, gevolgd door een tweede gordel landbouwgronden en ten slotte een laatste gordel die bestaat uit beboste zones. De geologie van de Condroz biedt ons meer duidelijkheid. De lager gelegen terreinen van kalkhoudende hellingen, waar de bodem mager of zelfs onbestaand is, zijn de plaatsen waar de weiden zijn gelegen; de zacht glooiende hellingen, waar de bodem goed gedraineerd is en bedekt is met leem die veel voedingsstoffen bevat, zijn voorbehouden voor akkerbouw; en op de zandsteen kammen, die verbrokkelen in weinig vruchtbare zandgronden, staan de bossen.

De dorpen van de Condroz, die zich vaak aan de voet van een helling of lichtjes onder de hellingtoppen bevinden, worden gekenmerkt door een opeengepakte groepering van gebouwen die zich langs de heuvelkammen uitstrekken. Andere dorpen ontstaan op de effen plaat in de valleien. De indeling van de gebouwen is behoorlijk verscheiden en beantwoordt meer aan de nood om aan de woning een juiste oriëntatie te geven, eerder dan te beantwoorden aan een uitlijning die door een weg wordt opgelegd. Mede dankzij burenrecht en erfdienstbaarheid vertonen de dorpen op vandaag een luchtige structuur, met vele open ruimtes afgezoomd met bomen. Buiten deze dorpen is de bewoning eerder zeldzaam; we treffen die aan in de vorm van grote boerderijen of kastelen, met een uitgesproken patrimoniaal karakter, die her en der in het landschap verspreid liggen.

Bron: FRW - CPDT

Traditioneel landelijke habitat

De typische woning van de Condroz, een hoog gebouw dat niet zo diep is, heeft een redelijk langgerekte gevel. Gewoonlijk hebben deze gebouwen twee verdiepingen, soms zelfs twee en een halve verdieping, onder een zadeldak met twee symmetrische dakhellingen zonder dakrand. Aan het courante model van het volumetrische, unifunctionele gebouw, waar alle functies onder één dak worden samengebracht, worden meer complexe volumetrische bouwwerken toegevoegd, bestaande uit kleine bijgebouwen die al of niet loodrecht op het hoofdgebouw aansluiten. Deze structuur bepaalt een passageruimte of een werkruimte in de vorm van een open binnenplaats.

Bij boerderijen met grotere omvang wordt een muur opgetrokken om de binnenplaats af te sluiten, die alleen toegankelijk is via een hekken of een inrijpoort. De traditionele huizen van de Condroz zijn opgetrokken met plaatselijke materialen die worden gewonnen in de vele steengroeven van de streek. De grijze tinten van de kalksteen en de warmere gloed van bleke zandsteen fleuren de typische woonkernen van de Condroz op, waarop afhankelijk van de streek soms witte bepleistering is aangebracht. Grijze leisteen en dakpannen vormen het hoofdbestandeel van de dakbedekking. Het gebruik van rode dakpannen is eerder zeldzaam in de Condroz.

Bron: FRW - CPDT

 

Informatie

Ardennen

Landschap

De Ardennen is een streek die opduikt als een breed, hoog schistplateau ingesneden door vele dalen met hellingen die vaak diep uitgeschuurde hellingen. De landbouwplateaus, met een zachte glooiing, en de uitgestrekte bossen, met een meer ingesneden reliëf, kenmerken het centrale gedeelte van de Ardennen.

paysage ardenne

De landschappen van de centrale Ardennen behoren tot het open-field model met overwegend weilanden. Deze landelijke ruimtelijke ordening vertaalt zich in een circulaire ligging van de gronden rond de dorpskern. Een eerste gordel bestaat uit niet-omheinde weilanden die op het plateau, de licht aflopende hellingen of beneden in de dalen liggen. De povere tot matige kwaliteit van de gronden en de ongure weersomstandigheden van het Ardense hoogplateau bevorderden de ontwikkeling van grasland als belangrijkste landbouwactiviteit. De akkers beslaan een deel van het plateau en de licht glooiende helling. De bossen, die hoofdzakelijk meer en meer uit naaldbomen bestaan, zijn verdeeld in verspreid liggende percelen of in dichte bossen op de gronden van minderwaardige kwaliteit.

paysage ardenne

Dit doorplanten van de percelen met naaldbomen heeft te maken met het in onbruik raken van de landbouwgrondenn een fenomeen dat begon op het einde van de 19e eeuw. Ten slotte wijzen we op de bijzondere ontwikkeling van de Ardense plateaus van het noordoosten die, bij contact met het Land van Herve, een ontwikkeling kende van coulisselandschappen bepaald door gedeeltelijk omheinde weilanden. De relatief homogene habitat kenmerkt zich door de groepering van huizen in dorpen en gehuchten. In het westen zijn de dorpen eerder geconcentreerd, terwijl dorpen en gehuchten in het oosten minder dicht opeen staan. De traditionele dorspkern bestaat gewoonlijk uit verspreid staande huizen, die wanordelijk zijn door elkaar staan, van elkaar gescheiden door tuintjes en weilanden.

Bron: FRW - CPDT

Traditionele habitat

De traditionele Ardense bouwstijl werd ontwikkeld om te beantwoorden aan de gure, koude en vochtige weersomstandigheden van de streek. De materialen gebruikt aan de buitenkant, bestaande uit laag, dik metselwerk van steen en een dak met een lichte helling, beschermen de woning tegen de kou en verminderen tegelijk de impact van de wind. De algemene vorm van het gebouw, een vierkante plattegrond die uit één enkele blok bestaat, beperkt het warmteverlies. De oriëntatie van het gebouw speelt eveneens een rol.

maison ardenne

De topgevel van de woning, verlicht door vele ramen, is naar het zuiden gericht om zoveel mogelijk zonlicht binnen te laten, terwijl de toegang tot de verschillende delen van het huis zich in de oostelijke muur bevindt. Aan de noordkant en de westkant worden blinde muren opgetrokken, om bescherming te bieden tegen de koude noordenwind en de regens uit het westen. Ook de indeling binnen in het huis draagt bij tot de algemene bescherming van de woning. Aansluitend tegen het woongedeelte zorgt de stal voor een doeltreffende thermische buffer dankzij de warmte die door het vee wordt afgegeven. Ten slotte zorgen de hooivoorraden, opgestapeld onder het dak, voor een natuurlijke isolatielaag.

Het dominerende model is de enkelvoudige boerderij met driedelige indeling. Dit is een gebouw uit één blok ingedeeld in drie rechte stroken: de woning de stal, waarboven de hooizolder zich bevindt, en de schuur. Deze enorme, traditionele woningen hebben gewoonlijk een tot twee verdiepingen onder een licht aflopend dak in leisteen. Een dakbedekking bestaande uit "chèrbins", dikke stukken leisteen in de vorm van asymmetrische schubben in een bed van klei, tooit de daken van de oudste gebouwen. De schist en de schistzandsteen, met grijze tinten, is het materiaal van het meeste metselwerk. In vroeger tijden waren ze bedekt met een pleisterlaag of witgekalkt.

maison ardenne

Bron: FRW - CPDT

 

Informatie

Plateau van de Henegouwse leemstreek

Landschap

Dit landschap situeert zich in het noordwesten van Wallonië, het groepeert de grondgebieden van Henegouwen die zich van de ene tot aan de andere kant uitstrekken over de vlakte van de Hene-rivier. Net als de ander leemstreken vertoont het plateau van de Henegouwse leemstreek een zacht, gelijkmatig reliëf dat samengesteld is uit vlaktes en lage plateaus, doorkruist door vele valleien met een platte kom. Alleen de "Pays des Collines" (land van de heuvels), ten noordoosten van Doornik, onderscheidt zich binnen deze landschappelijke regio door zijn golvende valleien.

De gronden van het plateau van de Henegouwse leemstreek, overwegend gedomineerd door akkerbouw, ontplooit zich in een "open veld" landschap, aangeduid met de term Open-field. Deze landelijke structuur wordt bepaald door bijna uitsluitend akkers en de zo goed als volledige afwezigheid van omheiningen rond de velden. Behalve enkele grote, geïsoleerd gelegen boerderijen, wordt bebouwing hoofdzakelijk gegroepeerd in dorpen met huizen gegroepeerd rond een kerkje. Een eerste gordel weilanden ligt gewoonlijk rond het dorp, met aanvullende graslanden in de lager gelegen gebieden van de dalen, die door de waterlopen geboetseerd zijn. Verderop blijft uw blik haperen aan de uitgestrekte weidsheid, als een reusachtige legpuzzel van velden en grote akkers. De beboste zones bevinden zich op steilere hellingen en op gronden van minderwaardige kwaliteit. Deze concentrische structuur heeft een stervormig wegennet laten ontstaan. Straten en paden vertrekken vanuit de dorpskern in de richting van de akkers of om het dorp met andere woonkernen te verbinden.

Opnieuw vormt de "Pays des Collines" hierop een uitzondering. Hier zijn de dorpen kleiner van omvang en gekoppeld aan een habitat die grotendeels verspreid ligt in een landschap waar weilanden, omzoomd door hagen, de velden en akkers vervangen. Deze ruimtelijke indeling komt overeen met een coulisselandschap, dat op vandaag jammer genoeg aan het verdwijnen is.

Bron: FRW – CPDT

Traditioneel landelijke habitat

Het merendeel van de woningen bestaat uit een eenvoudige blok, vaak zonder verdieping en niet erg diep, bekroond met een hellend dak. In de loop van de 19e eeuw werden de huizen geleidelijk aan opgetrokken met een halve verdieping en daarna met een volledige verdieping. Buiten de dorpen bestaat de habitat meestal uit boerderijen van verschillende afmetingen, gaande van de "blokwoning", die als één geheel werd opgetrokken, tot de gesloten vierkantshoeve, een sprekende getuigenis van de verscheidenheid in het leven op het platteland.

De donkerrode tinten van de baksteen en het oranje van de dakpannen typeren het overgrote deel van de woningen op het plateau van Henegouwen, genuanceerd in het noorden door witte kalk op het metselwerk en in het zuiden door meer sombere tinten van de leisteen of de grijze dakpannen.

Bron: FRW – CPDT

 

Informatie

Plateau van de Brabantse leemstreek

Landschap

Gelegen ten noorden van Samber en Maas bevindt zich dit landschap dat veel lijkt op de streek van Haspengouw. Deze streek vormt het natuurlijke verlengde van het plateau van de Henegouwse leemstreek. Dit geheel van lage plateaus vertoont een kalm reliëf, gekenmerkt door immense uitgestrekte vlaktes waar de zeer zwakke golvingen pas plaats ruimen voor meer afgetekende glooiingen in de buurt van de westelijke rand, waar zich een behoorlijk dicht waternetwek bevindt.

De uitstekende kwaliteit van de bodem van het plateau van de Brabantse leemstreek vertaalt zich in een grote spreiding van de landbouw, die zich hoofdzakelijk op graanteelt toelegt. Deze grote vlaktes tekenen zich af als een gigantische puzzel van akkers, die zich uitstrekt in een landschap met "open velden", getypeerd als Open-field. Deze landelijke structuur wordt bepaald door bijna uitsluitend akkers en de zo goed als volledige afwezigheid van omheiningen rond de velden. Behalve enkele grote, geïsoleerd gelegen boerderijen, wordt bebouwing hoofdzakelijk gegroepeerd in dorpen met huizen gegroepeerd rond een kerkje. De weinige graslanden bevinden zich in de kommen van de vochtigere dalen en aan de rand van de bewoning, terwijl bosjes en struikgewas, die eveneens eerder zeldzaam zijn, hoofdzakelijk de hellingen van de valleien zijn bedekken.

Bron: FRW - CPDT

Traditioneel landelijke habitat

De meeste woningen van het Brabantse plateau hebben een overwegend horizontale structuur. Een laag huis, gebaseerd op slechts één verdieping, strekt zich uit onder een hellend dak. In de loop van de 19e eeuw werden de huizen geleidelijk aan opgetrokken met een halve verdieping en daarna met een volledige verdieping. Buiten de dorpen bestaat de habitat meestal uit woningen met zeer verschillende vormen, afhankelijk van de activiteiten op de boerderijen. Overwegend treffen we de "blokwoning" aan, die als één geheel werd opgetrokken, en de gesloten vierkantshoeve, bepaald door de uitbreiding van het hoofdgebouw en het optrekken van bijgebouwen. Grote vierkantshoeves vallen vaak op in het landschap door de aanwezigheid van een indrukwekkende inrijpoort.

Gewoonlijk vertoont de traditionele woning, gebouwd met behulp van plaatselijke materialen, een kleurenpalet dat gaat van warme tinten van rode baksteen en oranje dakpannen tot meer heldere tinten van witte kalkpleister. Andere tinten sieren de huizen, zoals de tinten van leisteen en antracietgrijze dakpannen of de kleuren van de plaatselijke steen. Het gebruik van steen in kaderwerk, cordons of onderste lagen in de bouw zorgt voor een aangenaam compositie-effect op de gevels.

Bron: FRW - CPDT

 

Informatie

Haspengouw

Landschap

Ten noorden van Samber en Maas bevindt zich dit uitgestrekte landschap, verwant met de plateaus van de Henegouwse en Brabantse leemstreek, waarmee het vele kenmerken gemeen heeft. Deze streek, dat uit lage plateaus bestaat, vertoont een vlak of licht golvend oppervlak, bedekt met uitgestrekte, open akkers, zo ver het oog kan reiken. Alleen de waterlopen van de Orneau, van de Mehaigne, van de Burdinale en van de Jeker drukken een meer uitgesproken stempel op het Gaspengouwse plateau en zorgen voor een bijzonder landschap in deze valleien.

De dikke, goed afwaterende leemlaag zorgt voor zeer vruchtbare grond. Deze bodemrijkdom vertaalt zich in een oppervlak waar landbouw duidelijk het overwicht heeft op veeteelt. Deze enorme vlakten vormen een reusachtige lappendeken van akkers en velden, een landschappelijk geheel van "open velden" dat als Open-field getypeerd wordt. Deze landelijke structuur wordt bepaald door bijna uitsluitend akkers en de zo goed als volledige afwezigheid van omheiningen rond de velden. Behalve enkele grote boerderijen, die verspreid buiten de dorpen liggen, wordt bebouwing hoofdzakelijk gegroepeerd in dorpen met huizen gegroepeerd rond een kerkje, die zorgvuldig buiten de vruchtbare gronden werden opgericht omdat die rijke grond de landbouwproductie moest verzekeren. De weilanden kregen slechts een complementaire rol toebedeeld en bevinden zich in de vochtiger dalen van het reliëf, in de directe omgeving van de woonplaats. Ook bossen zijn hier niet zo talrijk en bevinden zich meestal op de ruwe hellingen van de valleien of op minderwaardige gronden.

Sources : FRW - CPDT

Traditioneel landelijke habitat

Het merendeel van de gebouwen in Haspengouw bestaan uit een lang, laag bouwwerk met een hellend dak, verwant met de stijl die ook op de plateaus van de Henegouwse en Brabantse leemstreek wordt aangetroffen. Geleidelijk worden de woningen een halve verdieping en zelfs een volledige verdieping hoger. Buiten de dorpen verliest de bewoning zich in het landschap. De bebouwing bestaat uit boerderijen ven verschillende grootte, die varieert van een blokwoning uit één stuk, tot de vierkantshoeve, die zich onderscheidt door de opstelling van de gebouwen en bijgebouwen in de vorm van een vierkant rond een erf. Deze grote vierkantshoeves vallen vaak in het landschap op door hun indrukwekkende inrijpoort.

De combinatie van donkerrode tinten van baksteen met de oranje tinten van de dakpannen zijn typerend voor het merendeel van de woningen in Haspengouw. Grijze dakpannen, kleurige pleisterkalk en lokale natuursteen vormen een harmonieuze aanvulling van deze waaier van kleuren, met hun vele, eigen nuances en typische texturen. In het noordwesten van Haspengouw biedt het gebruik van steen van Gobertingen in de onderbouw, de hoekverbindingen of de kaderwerken een contrasterend kleureneffect, waarbij het lichtbeige van de steen zich vermengd met de roodoranje tinten van de bakstenen en dakpannen.

maison hesbaye

Bron : FRW - CPDT

 

Informatie

Land van Herve

Landschap

Het Land van Herve strekt zich uit ten zuiden van de Maas, voorbij Luik, tot aan de oevers van de Vesder. Vele waterlopen hebben dit stukje landschap geboetseerd in een opeenvolging van plateaus en depressies met vochtige dalen. De ondergrond, die bestaat uit compacte, niet-doorlatende kleilagen, ligt aan de oorsprong van deze bodems doorspekt met water, die meer geschikt zijn voor weiland dan voor akkerbouw. Van op de hogere punten verliest uw blik zich in een weids, groen panorama, waar de hagen die de graslanden afzomen en de geïsoleerde boerderijen de belangrijkste blikvangers in het landschap vormen.

Deze aaneenschakeling van groen, die zo kenmerkend is voor het Land van Herve, is een typisch voorbeeld van een coulisselandschap. Deze agrarische structuur typeert een gesloten landschap met overwegend weilanden, omzoomd door hagen. Oude boomgaarden met hoogstammige fruitbomen wisselen de graslanden af en concentreren zich vooral rond de bebouwde kom. Buiten de dorpskernen spreidt de bebouwing zich uit in het landschap en wordt steeds schaarser, zonder een duidelijke ordening, in kleine boerderijen, geïsoleerd binnen hun lap grond. De frequentie van de zorgen die aan de veestapel moet worden besteed en de vele waterpunten verklaren deze haast absolute verspreiding van de woningen, zo typisch voor het Land van Herve. Straten en holle wegen weven een dicht wegennet als een spinnenweb en verbinden de verschillende uitbatingen met het dorp en met de belangrijkste hoofdwegen. Zoals nergens elders in Wallonië is het land van Herve een voorbeeld bij uitstel van een coulisselandschap. Tegenwoordig is dit typische landschap helaas aan het verdwijnen.

Van landbouw tot veeteelt, ontstaan van het landschap in het Land van Herve

Twee belangrijke factoren liggen aan de grondslag van de omschakeling naar veeteelt en zorgen voor een grondige verandering van het uitzicht van het Land van Herve. Enerzijds neemt de katholieke Keizer Karel in de 16e eeuw strategische en economische maatregelen die de bewoners van het Land van Herve verbieden om graan naar de protestantse landen in het noorden uit te voeren. Anderzijds was het zo dat de "tiend", de heffing die door de kerk werd geïnd op de landbouwopbrengsten, niet op producten afkomstig uit grasteelt werd geïnd, maar wel op de graanteelt. Deze verandering in de landelijke economie leidt tot een explosie van de bewoning, waarbij de boerderijen zich versnipperen volgens de ligging van de weilanden op vochtige gronden, een gunstige voorwaarde voor gras van goede kwaliteit. Om het vee niet te laten rondzwerven, worden hagen aangeplant die een natuurlijke omheining vormen van de weilanden. Zo ontstaat een natuurlijke lappendeken in het landschap. Vanaf de 17e eeuw begint men ten slotte fruitbomen aan te platen, die in dit coulisselandschap opduiken en hun steentje bijdragen tot de identiteit van het landschap van het Land van Herve.

Bron: FRW - CPDT

Traditioneel landelijke habitat

De huizen in het Land van Herve vertonen een grote verscheidenheid qua vorm, die afhangt van de omvang en de verscheidenheid van de landbouwactiviteiten. De woning heeft een eenvoudige volume-indeling en een indrukwekkend allure, gebouwd volgens een rechthoekig grondplan waar het woongedeelte en de stallingen onder één dak aan elkaar grenzen. Het gebouw bestaat gewoonlijk uit twee volledige verdiepingen, soms zelfs uit twee en een halve verdieping, met een schuin hellend dak. Vaak werden bijgebouwen toegevoegd aan het hoofdgebouw of parallel ermee gebouwd, waardoor een binnenplaats werd afgebakend die open is of gesloten aan de straatkant.

Anders dan de boerderijen die verspreid in het landschap liggen, bieden de woningen in de dorpskernen, gebouwd in een strak schema langs de straten, een meer verstedelijkte aanblik door de samenstellingen de structuur van hun gevels. Omkranst door kleuren en texturen, zijn de gebouwen in het Land van Kerve een spel van contrasten en materialen: antracietgrijze daken in leisteen of dakpannen met grijze en roodoranje tinten, metselwerk met roodbruine of zandbeige baksteen, houten vakwerk opgevuld met leem of baksteen, kaderwerk en strken in lichtgrijze kalksteen, hier en daar gespikkeld met wit pleisterwerk zijn allemaal elementen die bijdragen tot het opvallende, architecturale karakter van het Land van Herve.

maison pays de herve

Bron: FRW - CPDT

 

Informatie

Fagne Famenne

Landschap

De Fagne-Famenne rolt zich open als een enorme depressie, doorkruist door een groot netwerk van waterlopen. Dit landschappelijk geheeld, dat zich uitstrekt tussen het plateau van de Condroz en de beboste massieven van de Ardennen, vertoont een globaal gezien kalm reliëf, gestructureerd volgens een afwisseling van beboste stroken en weilanden met hier en daar een dorp. Een zeer bijzondere landschapsstrook, de Calestienne, omzoomt de schistdepressie van de Fagne (ten westen van de Maas) en van de Famenne (ten oosten van de Maas), en vormt zo een overgang naar de rand van het Ardense plateau. Deze smalle kalksteenplaat heeft langgerekte heuvels, die "tiennes" worden genoemd.

In deze natuurlijke context heeft de mens zich vooral in het zuidelijke deel van de streek gevestigd, op zoek naar contactzones tussen het kalkplateau en de schistdepressie, die geschikter waren om er dorpen te bouwen. Dit landelijke landschap van de Fagne-Famenne bepaalde een agrarische structuur die behoort tot het model open-field met overwegend weilanden. De verschillende bestemmingen van de gronden zijn op die manier gelaagd volgens de gesteldheid van het reliëf. In de lager gelegen gebieden van de schistdalen, waar de bodem arm en vochtig is, liggen weilanden en boomgaarden met hagen in de vorm van rijen ongesnoeid struikgewas. De platen van het kalkplateau, waar vele voedingsstoffen in de grond zitten, zijn bedekt met niet-omheinde akkers, terwijl de steilere hellingen en de tiennes, met een skeletachtige bodem, het domein zijn van bossen en kalkminnende grasvelden. Deze grasvelden, die vroeger door schapen werden afgegrazen, herbergen een natuurlijk milieu met een uitzonderlijke biodiversiteit. In de Famenne vertoont het merendeel van de dorpen een sterke woningendensiteit, met gebouwen die zer dicht op elkaar staan zonder lintbebouwing te vormen. De dorpen liggen vaak om een helling en vertonen een trapsgewijze structuur die het reliëf volgt, maar die de bodem van de depressie zoveel mogelijk vermijden. In de Fagne treft men vaak een verspreide habitat aan die zich tussen de dorpen door slingert.

Bron: CPDT - FRW

Traditioneel landelijke habitat

Zowel in de Famenne als in de Fagne, behoren de gebouwen tot de "blokhuizen" waar alle functies (woning, stal en schuur) onder één dak worden samengebracht. Als weerspiegeling van de verscheidenheid van de ondergrond vertonen de traditionele woningen een veelheid aan materialen en texturen. Hoewel kalksteen, al of niet witgekalkt, overheersend aanwezig is, leert een aandachtigere observatie ons dat er schistmateriaal, zandsteen en zelfs rode baksteen wordt gebruikt. Hier en daar wordt ook metselwerk in vakwerk of houten vakwerk toegepast, getuigen van bouwstijlen uit lang vervlogen tijden waar leem geleidelijk door baksteen werd vervangen.

De huizenblokken, die in de Fagne meer gedrongen zijn dan in de Famenne, vertonen een langgerekt profiel met een dak in leisteen. De oudste gebouwen van de Fagne onderscheiden zich door grote dakpartijen.

maison fagne famenne

Bron: CPDT - FRW

 

Informatie

Lotharingen

Landschap

Deze hoogvlakte, gelegen ten zuiden van de Ardennen, wordt getypeerd door een opeenvolging van asymmetrische reliëfs, die cuesta's worden genoemd, het resultaat van een verschillende erosie van de bodem. Iedere cuesta bestaat aan de noordzijde uit een "front", een korte, steil aflopende helling, en uit een "dip-slope" of laagvlak aan de zuidkant, een langere, zacht aflopende helling. Het front domineert altijd een depressie die zich in de zachtere rotslagen ontwikkelde en waar een waterloop stroomt.

De structuur van het Lotharingse platteland komt overeen met het model ’Open-field met overwegend weiland. Een gordel van percelen, die grotendeels voor weiland zijn voorbehouden, omringt het dorpscentrum. Deze graslanden zijn gelijkmatig verspreid over de vochtige kleibodem van de dalen in de valleien en op sommige lichtglooiende hellingen. De landbouw, die zich beperkt tot de beter afgewaterde mergelgrond of zandleemgrond, nestelt zich het vaakst op de zachte glooiingen. Het bos bevindt zich op de zanderige, armere grond van de cuestavlakte, op de skeletachtige bodem van de fronten of op de hellingen van bepaalde valleien.

De bewoning is gegroepeerd in dicht bebouwde dorpen, die zich aan de voet van een front of op het laagvlak van een cuesta hebben genesteld. Door de grote druk op de landbouwmogelijkheden is de verspreiding van de bewoning erg beperkt. Een lijnopstelling van de huizen met wederzijds burenrecht, parallel met de straat, vormt het vaakst de structuur van de dorpskern. De voortuintjes nemen een vrij stuk van de straat in, die "usoir" wordt genoemd, en bepalen zo het straatbeeld in het dorp. Deze ruimte diende voor opslag van mest, voor de houtvoorraad en voor een deel van het landbouwmaterieel.

Bron : FRW - CPDT

Traditionele habitat

De traditionele gebouwen in Lotharingen worden gewoonlijk gebouwd in zandkalksteen. Deze zachte steen, die vocht doorlaat, vereist het aanbrengen van een pleisterlaag ter bescherming. Afhankelijk de gebruikte grondstoffen kan het pleisterwerk verschillende tinten hebben. In het Lotharings straatbeeld neigen de gebouwen langer te worden volgens de rijkdom van de eigenaar: de bescheiden woning met twee kamers van de handarbeider staat naast boerderijen met drie of vier kamers van de ploeger. deze blokhuizen hebben gewoonlijk twee verdiepingen en toegedekt met een dak in grijze leisteen, sommige daken zijn afgewerkt met wolfseinden. Een wolfseind is een klein, afgeschuind vlak dat de twee grote dakvlakken aan het uiteinde samenbrengt zonder tot helemaal beneden te reiken. Dit afgeschuinde uiteinde helpt om de stabiliteit van het dak te verzekeren en vermindert de impact van de wind op de gevel.

Merk op dat in het uiterste zuidwesten van Lotharingen de roodoranje "kanaal"-dakpan wordt gebruikt om bepaalde daken met een minder steile dakhelling te bedekken.

Lotharings huis

Bron: FRW - CPDT

 

Informatie